Ons ontstaan in voormalig Nederlands-Indië / Our origin in The former Dutch Indies

Het ontstaan van de Bethel Pinksterbeweging in Indonesië (voormalig Nederlands-Indië)

The Origin of the Bethel Pentecostal Movement in Indonesia (Former Dutch East Indies)


Vanuit de Bethel Pentecostal Temple gaan in 1921 de eerste zendelingen naar Indonesië. Het betrof de Nederlandse families Groesbeek en Van Klaveren, die al in 1919 een visioen hadden ontvangen om uit te gaan, na een tentbijeenkomst georganiseerd door Bethel Pentecostal Temple.
In 1921, the first missionaries were sent from the Bethel Pentecostal Temple to Indonesia. They were the Dutch families Groesbeek and Van Klaveren, who had already received an vision to go out in 1919, following a tent revival organized by the Bethel Pentecostal Temple.


Na het bespreken van hun visioen met Offiler, werd er maandenlang geld ingezameld om hen met $2.200,- financieel te ondersteunen. Op 4 januari 1921 vertrekken de voormalig officieren van het Leger des Heils, Richard Dick en Christine Van Klaveren, en Cornelius E. Groesbeek en zijn vrouw met hun dochters Jennie (12) en Corie (6), per boot over de Suamaru zee bij Yokohama, Osaka.
After sharing their vision with Offiler, months were spent raising funds to support them with $2,200. On January 4, 1921, the former Salvation Army officers Richard Dick and Christine Van Klaveren, together with Cornelius E. Groesbeek, his wife, and their daughters Jennie (12) and Corie (6), set sail across the Suamaru Sea near Yokohama, Osaka.


Ze maken tussenstops in China, Hong Kong, Bangkok en gaan vandaar door naar het eiland Java in Indonesië.
They made stops in China, Hong Kong, and Bangkok, before continuing their journey to the island of Java, Indonesia.


Op 23 februari arriveren ze in Batavia (Jakarta), op Java. Van Jakarta gingen ze door naar Modjokerto, Surabaya, Banyuwangi, en via een lift op een veeschip met varkens, komen ze aan in Singaraja, Bali, in maart 1921.
On February 23, they arrived in Batavia (Jakarta), on the island of Java. From Jakarta, they traveled on to Modjokerto, Surabaya, and Banyuwangi, and eventually reached Singaraja, Bali, in March 1921, taking passage on a livestock ship carrying pigs.


Ze vestigen zich in Denpasar, in een kapotte en bouwvallige voormalige copra-opslagplaats van het leger, met een stenen vloer en een dak van sagopalm.
They settled in Denpasar, in a broken-down, former army copra warehouse with a stone floor and a sago palm roof.


Het pand bestond slechts uit één rechthoekige ruimte. Met afscheidingen werden drie slaapkamers gemaakt: één voor Dick en Christine Van Klaveren, één voor Cornelis Groesbeek en zijn vrouw, en één voor Jennie en Corrie. De rest fungeerde als woonkamer, eetkamer, keuken en badkamer.
The building consisted of only one rectangular space. With simple partitions, they created three small bedrooms: one for Dick and Christine Van Klaveren, one for Cornelius Groesbeek and his wife, and one for Jennie and Corrie. The remaining area served as living room, dining area, kitchen, and bathroom.


Aan de voorzijde van het huis was een hek met een kleine greppel langs de weg. Over de sloot lag een kleine brug naar het huis, en de tuin van het gebouw stond recht tegenover een Hindoetempel.

At the front of the house stood a fence and a small ditch by the road. A little bridge crossed the canal leading to the house, whose garden faced directly toward a Hindu temple.


Ondanks vele moeilijkheden begonnen ze huis-aan-huis het zaad van het Volle Evangelie te verspreiden. Ze fietsten naar dorpen, spraken met bewoners en vroegen of er zieken waren. Er werd met de zieken gebeden en de Heer genas hen.

Despite many hardships, they began spreading the message of the Full Gospel from house to house. They cycled to nearby villages, spoke with the locals, and asked if there were any sick among them. They prayed for the sick, and the Lord healed them.


Dit was de eerste keer dat de Heer op deze manier via hen werkte. De lokale protestanten hadden nog nooit zulke genezingen gezien, noch de doop door onderdompeling, noch het ontvangen van de Heilige Geest.

This was the first time the Lord had worked through them in such a way. The local Protestants had never witnessed divine healing like this, nor baptism by immersion, nor the experience of the Holy Spirit.


Er kwamen veel zieken naar hun huis toe met zweren over hun lichaam. Ze scheurden lakens in stukken om als verband te gebruiken. Later werd duidelijk dat deze mensen aan lepra leden — en zij werden allen genezen.
Many sick people came to their home, their bodies covered in sores. The missionaries tore sheets into strips to use as bandages. Later it became clear that these people were suffering from leprosy — and they were all healed.


Toen steeds meer mensen naar het huis kwamen voor genezing en verlossing, wekte dat irritatie bij de lokale Balinese inwoners, die snode plannen maakten om met de zendelingen af te rekenen.
As more and more people came for healing and deliverance, it provoked anger among the local Balinese, who began plotting to harm the missionaries.


Ze riepen mensen op om zich bij hun plan aan te sluiten, maar niemand durfde het huis binnen te gaan, want ze zagen engelen staan in de hal — de Heer beschermde hen.
They called others to join their plot, but none dared enter the house, for they saw angels standing in the hallway — the Lord protected them.


Het zendingswerk had ook krachtige reacties van hindoeïstische priesters, waardoor de Nederlandse overheid, uit angst voor culturele onrust, besloot de zendelingen te verbieden op Bali te werken of te wonen.
The missionary work also provoked strong opposition from Hindu priests, causing the Dutch authorities — fearing social unrest — to ban the missionaries from living or working on Bali.


Vaak stuurde men geheime agenten om de ontwikkeling van de kerk in de gaten te houden, omdat men dacht met Bolsjewieken (communisten) te maken te hebben. Deze agenten waren echter blij dat ze via deze weg naar het Evangelie konden luisteren.
At times, secret agents were sent to monitor church activities, as the authorities suspected them of being Bolsheviks (communists). Ironically, these agents were grateful for the opportunity to hear the Gospel.


Uiteindelijk moest de familie Van Klaveren echter binnen drie dagen Bali verlaten, omdat missiewerk sinds 1881 officieel verboden was na de moord op een Nederlandse missionaris, J. de Vroom.
Ultimately, the Van Klaveren family was forced to leave Bali within three days, since missionary work had been officially banned since 1881, after the killing of Dutch missionary J. de Vroom.


Na ongeveer 21 maanden op Bali te hebben gewerkt, vertrokken de Van Klaverens nog vóór Kerst 1922 naar Singapore, terwijl het gezin Cornelius E. Groesbeek doorging naar Surabaya en Batavia.
After about 21 months on Bali, the Van Klaveren family left for Singapore shortly before Christmas 1922, while Cornelius E. Groesbeek’s family continued on to Surabaya and Batavia (Jakarta).


Oprichter Rev. F.G. van Gessel

Founder Rev. F.G. van Gessel


Frederik George van Gessel werd geboren in Blitar, Oost-Java, op 9 december 1892.
Frederik George van Gessel was born in Blitar, East Java, on December 9, 1892.


In Surabaya sprak Cornelius Groesbeek met mevrouw Ny. Wijnen, die tijdens een dienst genezing had ontvangen.
In Surabaya, Cornelius Groesbeek met with Mrs. Ny. Wijnen, who had received healing during a service.


Mevr. Wijnen vergezelde de Groesbeeks naar haar neef F.G. van Gessel, die 200 km oostelijk van Surabaya woonde, in Cepu.
Mrs. Wijnen accompanied the Groesbeeks to visit her cousin F.G. van Gessel, who lived about 200 km east of Surabaya, in Cepu.


Van Gessel maakte hier kennis met Cornelius Groesbeek en leerde hem beter kennen.
There, Van Gessel met Cornelius Groesbeek and became well acquainted with him.


F.G. van Gessel nodigde Cornelis Groesbeek uit om zolang hij maar wilde in zijn woning in Cepu te blijven.
F.G. van Gessel invited Cornelis Groesbeek to stay in his home in Cepu for as long as he wished.


In deze periode ontving Van Gessel steeds meer inzicht en verdieping in het Evangelie. De Pinksterboodschap werd door hem met vreugde ontvangen, en in januari 1923 ontstonden de eerste aanbiddingsdiensten aan de Deterdink Boulevard in Cepu, met een groep van ongeveer tien mensen.
During this period, Van Gessel received deeper understanding and revelation of the Gospel. He joyfully embraced the Pentecostal message, and in January 1923, the first worship services were held on Deterdink Boulevard in Cepu, with a group of about ten people.


Van Gessel en zijn vrouw beleden daar hun zonden en ontvingen het Volle Evangelie. Hij gehoorzaamde Gods roeping om Hem te dienen, na een visioen over het Lam van God en Jezus als de Hemelse Bruidegom, terwijl hij Openbaring 19:7 en 21:9-10 las.
Van Gessel and his wife confessed their sins there and received the Full Gospel. He responded to God’s call to serve Him after receiving a vision of the Lamb of God and Jesus as the Heavenly Bridegroom, while reading Revelation 19:7 and 21:9–10.


Van Gessel legde zijn goedbetaalde functie (Fl. 800,-) bij de Bataafse Petroleum Maatschappij (Shell) neer om zich volledig aan het Evangelie te wijden.
Van Gessel resigned from his well-paid position (Fl. 800) at the Bataafsche Petroleum Maatschappij (Shell) to devote himself fully to the Gospel.


Voor het einde van dat jaar was het aantal trouwe bezoekers gestegen tot vijftig mensen. De gemeenschap bestond hoofdzakelijk uit Nederlanders en Nederlands-sprekende Indo’s.
By the end of that year, the number of regular attendees had grown to fifty. The congregation consisted mainly of Dutch nationals and Dutch-speaking Indo-Europeans.


De kleine Pinkstergemeente in Cepu had het zwaar. Ze werden belachelijk gemaakt en uitgescholden als misleiders en afvalligen.
The small Pentecostal congregation in Cepu faced great hardship. They were mocked and labeled as deceivers and heretics.


Ds. Karel Hoekendijk (oprichter van de opwekkingsbeweging Stromen van Kracht) verklaarde zelfs dat de Pinkstergemeente in Cepu en de wonderen daar afkomstig waren van Satan!
Rev. Karel Hoekendijk (founder of the revival movement Streams of Power) even claimed that the Pentecostal congregation in Cepu and the miracles occurring there were from Satan!


Toch, door het buitengewone werk van God, vond drie maanden later op 30 maart 1923 een belangrijke gebeurtenis plaats — één van de eerste mijlpalen in de geschiedenis van de Pinksterkerk in Indonesië.
However, through the extraordinary work of God, three months later on March 30, 1923, a major event took place — one of the first milestones in the history of the Pentecostal Church in Indonesia.


Het zaad van het Volle Evangelie, dat sinds maart 1921 op Bali met tranen was gezaaid, bracht zijn eerste vruchten voort door de eerste waterdoop van 13 mensen op het Pasar Sore-plein in Cepu.
The seed of the Full Gospel, which had been sown in Bali with tears since March 1921, bore its first fruit through the first water baptism of 13 people at Pasar Sore Square in Cepu.




Deze doop werd uitgevoerd door Cornelius E. Groesbeek, bijgestaan door Johan Thiessen, een missionaris uit Nederland.
This baptism was conducted by Cornelius E. Groesbeek, assisted by Johan Thiessen, a missionary from the Netherlands.


Onder deze dertien waren F.G. van Gessel en zijn vrouw, S.I.P. Lumoindong en zijn vrouw, en Agust Kops.
Among these thirteen were F.G. van Gessel and his wife, S.I.P. Lumoindong and his wife, and Agust Kops.


In 1923 keerden de Groesbeeks terug naar Surabaya, en F.G. van Gessel werd de voorganger van de gemeenschap in Cepu.
In 1923, the Groesbeek family returned to Surabaya, and F.G. van Gessel became the pastor of the Cepu congregation




In zijn geestelijke vorming speelden de twee Nederlandse evangelisten Cornelis Groesbeek en Richard van Klaveren — gestuurd vanuit Seattle, U.S.A. — evenals zijn vrouw’s ervaring met de doop in de Heilige Geest een cruciale rol.
In his spiritual development, the two Dutch evangelists Cornelis Groesbeek and Richard van Klaveren — sent from Seattle, U.S.A. — together with his wife’s experience of the baptism in the Holy Spirit, played a crucial role.


In 1923 stichtte Rev. Johan Thiesse de eerste Bethel Tempel in Bandung, en op 19 maart 1923 werd de “Vereeniging De Pinkstergemeente in Nederlandsch Oost-Indië” officieel opgericht, gevestigd in Bandung.
In 1923, Rev. Johan Thiesse founded the first Bethel Temple in Bandung, and on March 19, 1923, the “Association of the Pentecostal Church in the Dutch East Indies” was officially established in Bandung.












Bestuur:
Board:

  • Voorzitter / Chairperson: D.H.W. Weenink–Van Loon
  • Secretaris / Secretary: Paulus
  • Penningmeester / Treasurer: G. Droop

Geestelijke leiding / Spiritual leadership:
F.G. Van Gessel, D.H.W. Weenink–Van Loon, F. Van Abkoude, D. Van Klaveren en zijn vrouw, H. Horstman, en M.A. Alt.


Op 30 maart 1923 verkreeg de beweging het decreet van de gouverneur van Nederlands-Indië, en op 4 juni 1924 werd zij in Cipanas, West-Java, officieel erkend als kerkgenootschap onder de naam “De Pinkster Gemeente in Nederlandsch Indië.”
On March 30, 1923, the movement received a decree from the Governor of the Dutch East Indies, and on June 4, 1924, it was officially recognized in Cipanas, West Java, as a denomination under the name “The Pentecostal Church in the Dutch East Indies.”


De gemeenschap breidde zich snel uit naar Surabaya, Noord-Sumatra, Minahasa, Molukken, en Irian Jaya.
The fellowship quickly expanded to Surabaya, North Sumatra, Minahasa, the Moluccas, and Irian Jaya.


Tussen 1923 en 1928 kwamen uit de kerk in Cepu niet minder dan 16 dienaren voort, die de Pinksterboodschap verder verspreidden door Indonesië.
Between 1923 and 1928, no fewer than 16 ministers emerged from the Cepu church, spreading the Pentecostal message throughout Indonesia.


Onder hen waren: F.G. Van Gessel, S.I.P. Lumoindong, W. Mamahit, Hessel Nogi Runkat, Effraim Lesnussa, Frans Silooy, R.O. Mangindaan, Arie Elnadus Siwi, Julianus Repi, Alexius Tambuwun, G.A. Yokom, en J. Lumenta.
Among them were: F.G. Van Gessel, S.I.P. Lumoindong, W. Mamahit, Hessel Nogi Runkat, Effraim Lesnussa, Frans Silooy, R.O. Mangindaan, Arie Elnadus Siwi, Julianus Repi, Alexius Tambuwun, G.A. Yokom, and J. Lumenta.


In 1924 zond de Bethel Temple Church een grote tent naar Indonesië voor evangelische samenkomsten.
In 1924, the Bethel Temple Church sent a large tent to Indonesia for evangelistic gatherings.


Rev. Groesbeek predikte in het Nederlands, met vertalers die zijn woorden uitlegden. Velen werden gered en vervuld met de Heilige Geest.
Rev. Groesbeek preached in Dutch, assisted by translators. Many were saved and filled with the Holy Spirit.


Ze begonnen de Indonesische taal te leren, en op Bali voorzag God in mensen die hun preken konden vertalen. Ook dochter Jennie leerde later Javaans spreken.
They began learning the Indonesian language, and on Bali, God provided translators for their messages. Even Jennie, their daughter, later learned to speak Javanese.


Vanuit de kleine gemeente in Cepu ontstonden vele andere gemeenten onder de Nederlandssprekende en later Indonesischsprekende bevolking.
From the small church in Cepu, many other congregations were established among the Dutch-speaking and later Indonesian-speaking population.



Pinksterkerken en scheuringen


In 1942 wijzigt de naam van "De Pinkster Gemeente in Nederlandsch Indië" in het Indonesisch naar "Gereja Pantekosta Di Indonesia" (of GPdI).

De ontwikkeling van de pinksterkerken in Indonesië ontsnapt ook niet aan scheuringen.

Onenigheid wordt veroorzaakt door verschillen in de leer op het gebied van o.a.:

  1. het dopen in De Naam van Jezus Christus, die de Drie-eenheid omvat; deze leer was afkomstig uit Amerika en werd doorgegeven door F.G. van Gessel.
  2. ontevredenheid over de organisatie. Het recht van vrouwen om een leidende rol te vervullen in de kerk, of de betrekkingen tussen de lokale kerk en de centrale organisatie, bijvoorbeeld over eigendommen van de kerk, prestige of de etniciteit van de groep.

Sommigen van hen trokken zich uiteindelijk terug uit de GPdI en vormden nieuwe organisaties of sloten zich hierbij aan, hieronder de belangrijkste:

  • 1931:Pinkster Zending (Gereja Utusan Pantekosta) and Church of God (Gereja Sidang Jemaat Allah)
  • 1932:Pentecostal Movement (Gereja Gerakan Pantekosta)
  • 1936:Assemblies of God (Sidang-sidang Jemaat Allah)
  • 1941:Gereja Pantekosta Sumatera Utara (GPdI Sinaga)
  • 1946:Ling Kau Hwee Buzzing (renamed Gereja Isa Almasih after 1957)
  • 1948:GPdI Siburian
  • 1950:L. Senduk kan zich ook niet vinden in het centrale gezag van de GPdI en start de denominatie Volle Evangelie Bethel Kerk (Gereja Bethel Indonesia)
  • 1951: Verschillende ledenverlaten de GPdI en stichten Gereja Sidang Jemaat Pentakosta
  • 1952: Op  21 januari, scheiden 22 voorgangers zich af en stichten de ‘Bethel Volle Evangelie kerk


Hoewel scheuringen plaatsvonden, bleef men verbonden in de Pinksteren-naam.


Er waren ook succesvolle initiatieven om gemeenten en opvattingen weer te verbinden.

Dit werd gerealiseerd met de oprichting van de "Kerjasama Gereja Kristen Pentakosta Seluruh Indonesia" (DKGKPSI) en de "Alliance of Pentakosta Indonesia" (PPI).

Op 10 september 1979 ontbonden beide organisaties zich, om samen te gaan in de "Council of Pentakosta Indonesia" (DPI). In 1998 is de organisatie veranderd in "Persekutuan Gereja-gereja Pentakosta Indonesia" (PGPI) wat de samenwerkibng is van de huidige charismatische pinksterkerken zoals GPdI, GBI, GPI, GBT, GPPS, GTI, GGP, GBIS, GIA etc.

Hierin hadden zich 57 synodes/organisaties verenigd.

Hoewel splitsingen blijven voortduren is de GPdI nog steeds de grootste pinksterkerk met meer dan 2 miljoen leden, dit is 10% van alle christenen in Indonesië.


Pentecostal Churches and Schisms


In 1942, the name of “De Pinkster Gemeente in Nederlandsch Indië” (The Pentecostal Church in the Dutch East Indies) was changed into Indonesian as “Gereja Pantekosta di Indonesia” (or GPdI).

The development of Pentecostal churches in Indonesia was not exempt from divisions.

Disagreements arose due to differences in doctrine, particularly regarding:

  1. Baptism in the Name of Jesus Christ, which includes the Trinity; this teaching originated from America and was introduced by F.G. van Gessel.
  2. Dissatisfaction with the organization, including issues such as women’s right to hold leadership positions in the church, the relationship between local congregations and the central organization (for example, over church property, prestige, or the ethnicity of the group).

Some eventually withdrew from the GPdI and formed new organizations or joined existing ones. The main ones include:

  • 1931:Pinkster Zending (Gereja Utusan Pantekosta) and Church of God (Gereja Sidang Jemaat Allah)
  • 1932:Pentecostal Movement (Gereja Gerakan Pantekosta)
  • 1936:Assemblies of God (Sidang-sidang Jemaat Allah)
  • 1941:Gereja Pantekosta Sumatera Utara (GPdI Sinaga)
  • 1946:Ling Kau Hwee Buzzing (renamed Gereja Isa Almasih after 1957)
  • 1948:GPdI Siburian
  • 1950:L. Senduk also disagreed with the central authority of GPdI and started the denomination Full Gospel Bethel Church (Gereja Bethel Indonesia)
  • 1951: Several members left GPdI and founded the Gereja Sidang Jemaat Pentakosta
  • 1952: On January 21, twenty-two pastors separated and established the Bethel Full Gospel Church (Gereja Bethel Injil Sepenuh, GBIS)

Although divisions occurred, the churches remained connected through the shared Pentecostal identity.

There were also successful initiatives to reunite congregations and theological views.

This was realized through the establishment of the Cooperation of All Indonesian Pentecostal Christian Churches (DKGKPSI) and the Alliance of Pentecostal Indonesia (PPI).

On September 10, 1979, both organizations dissolved to merge into the Council of Pentecostal Indonesia (DPI).
In 1998, the organization was renamed Fellowship of Pentecostal Churches in Indonesia (PGPI),



Bron-vermelding (documentatie onderzoek):

  • Interview Rev. W.W. Patterson, de opvolger van W.H. Offiler, op 2 juni 1981
  • "The Emergence And Development Of A New Breed Of Classical Pentecostal", Paul R. Berube.
  • Diverse edities van "Pentecostal Power", "Seattle Post-Intelligencer" en "Let Light Shine Out".
  • "The Story Of The Assemblies of God in de Pacific Northwest", M. Ward Tanneberg.
  • De herinneringen van Dick Benjamin
  • GPdI (Gereja Pantekosta di Indonesia) GPdIWorld.US
  • Historical Society of Federal Way
  • Bethel Fellowship International
  • The Bethel Bugle
  • Puget Sound Theatre Organ Society
  • Bethel Pinksterkerk Nederland